Selecteer een pagina

Alle berichten van: Alexander Boskma


Uitstel pensioenkortingen

Mede als gevolg van de lage rentestand leken pensioenkortingen op korte termijn onvermijdelijk. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gunt pensioenfondsen nu langer de tijd om te voldoen aan de huidige gestelde financiële eisen. Hij heeft de Tweede Kamer daarover bij brief van 19 november jl. geïnformeerd. De minister stelt de volgende voorwaarden:

  1. De regeling geldt voor het komende jaar waarin het pensioenakkoord uitgewerkt wordt;
  2. Er is een ondergrens waarbij fondsen wel onvoorwaardelijk moeten korten; en
  3. Fondsen moeten verantwoorden waarom gebruik van de regeling evenwichtig is voor alle deelnemers.

Kort gezegd krijgen de fondsen een extra jaar de tijd om hun dekkingsgraden – de verhouding tussen het vermogen en de verplichting – te herstellen. Ook daarna is een verder uitstel van pensioenkortingen niet uitgesloten volgens de minister. Volgens de minister is rust en stabiliteit nodig om de komende periode met het pensioenakkoord aan de slag te gaan.

Als oorzaken van de (huidige) slechte financiële positie van pensioenfondsen worden genoemd:

  1. Het dalen van de rentes met lange looptijdens en het negatief worden van de nominale lange termijn rente; en
  2. De lage premiedekkingsgraad van pensioenfondsen.

De rente heeft invloed op de berekening van de verplichtingen van een pensioenfonds. Hoe lager de rente, hoe hoger de verplichtingen. Een lage rente, leidt zodoende tot een lage dekkingsgraad. De premiedekkingsgraad geeft aan in hoeverre een pensioenaanspraak kostendekkend wordt ingekocht. De premiedekkingsgraad ligt voor veel pensioenfondsen ver onder de 100%. Dit betekent dat nieuwe pensioenopbouw de financiële positie van het fonds (verder) verslechtert. Door deze twee oorzaken is de financiële positie van veel fondsen de afgelopen jaren niet hersteld. Het onverkort toepassen van de bestaande regels zou derhalve tot kortingen in 2020 leiden. Onder het nieuwe pensioencontract hoeven geen grote buffers te worden opgebouwd door pensioenfonds, waardoor minder snel gekort hoeft te worden. Volgens de minister is hierin de rechtvaardiging gelegen om te besluiten tot uitstel van kortingen.

Bronnen:

  • Kamerbrief over Handelingsperspectief voorkomen onnodige pensioenkortingen, 19 november 2019.

Discussie over de hoogte van de rekenrente

In de media is vrijwel dagelijks te lezen dat pensioenfondsen in moeilijkheden verkeren en zich beraden op ingrijpende kortingen van pensioenen. De rekenrente speelt hierbij een grote rol. Pensioenfondsen kijken naar de rente om nu te bepalen hoeveel geld ze in kas moeten hebben om in de toekomst de toegezegde pensioenen uit te keren. Dit gebeurt nu aan de hand van de zogeheten risicovrije rente, die wordt vastgesteld door de overheid en De Nederlandsche Bank (DNB). Hoe lager de rekenrente is, hoe meer geld pensioenfondsen nu in kas moeten hebben.

 

Een groep pensioenspecialisten doet in een brief aan de Tweede Kamer van 13 oktober 2019 een oproep om de rekenrente te verhogen. Zij betogen dat de huidige rekenrente leidt tot kortingen op de pensioenen van miljoenen Nederlanders. Deze groep specialisten pleit ervoor dat anders dan nu het geval is bij het vaststellen van de rekenrente ook in enige mate het beleggingsrendement betrokken moet worden. Hierdoor ontstaat een hogere rekenrente zo is hun stellingname en is korten niet nodig. In een opinieartikel in de Financieel Dagblad (FD) reageren tien hoogleraren op de brief van de groep. De hoogleraren pleiten tegen een verhoging van de rekenrente omdat dit ten koste zou gaan van jongere generaties.

 

Klaas Knot, president van DNB, heeft recent aangegeven dat hij openstaat voor het achterwege laten van (onnodige) kortingen. Volgens de huidige rekenregels hebben ambtenarenfonds ABP en Zorg en Welzijn onvoldoende financiële buffers waardoor op korte termijn gekort zou moeten worden. Onder het nieuwe pensioenstelsel dat in 2022 zou moeten ingaan, zouden deze kortingen niet nodig zijn. Dit maakt volgens Knot dat je zou kunnen overwegen om die kortingen achterwege te laten. Knot wil in beginsel dan ook vasthouden aan de huidige rekenrente. Volgens hem leidt een hogere rekenrente tot pensioenfondsen die meer toekomstige risico’s nemen. Eerder heeft minister Koolmees al gezegd dat hij onnodige kortingen wil voorkomen. Dit is ook onderwerp van de gesprekken die minister Koolmees voert met de pensioensector. Voor eind november verwacht minister Koolmees meer duidelijkheid te kunnen geven over de uitkomst van de gesprekken met de pensioensector.

 

Bronnen:

  • Memo aan de Fractievoorzitters van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 13 oktober 2019;
  • Briefschrijvers moeten duidelijk en volledig zijn: jongeren slechter af bij aanpassing rekenrente, Opiniestuk in het Financieel Dagblad van 16 oktober 2019, p. 25;
  • Rekenrente weer in brandpunt pensioendebat door brief ‘prominenten’, Martine Wolzak, Financieel Dagblad van 15 oktober 2019, p. 8;
  • Knot zet deur op een kier om pensioenkortingen te voorkomen, NOS.nl (15 oktober 2019);
  • Ministerie van SZW, Verzamelbrief pensioenonderwerpen van 14 oktober 2019.

 

Bevordering van de duurzame inzetbaarheid werknemers

https://blogarbeidsrecht.nl/wet-en-regelgeving/bevordering-van-de-duurzame-inzetbaarheid-werknemers/

Door de vergrijzing en toenemende levensverwachting moeten mensen langer doorwerken. Daarom is de AOW-leeftijd in de afgelopen jaren al geleidelijk verhoogd. Ook in de komende jaren zal de AOW-leeftijd geleidelijk blijven stijgen. Het kabinet en de sociale partners hebben afspraken gemaakt om er voor te zorgen dat werkenden in Nederland in goede gezondheid hun AOW-leeftijd kunnen halen. Afspraken over deze zogenoemde duurzame inzetbaarheid bevatten zowel overgangsmaatregelen op korte termijn als structurele maatregelen voor de langere termijn.

In het principeakkoord tussen het kabinet en de sociale partners zijn de volgende afspraken vastgelegd over de duurzame inzetbaarheid van werknemers.

 

Korte termijn maatregelenTemporisering stijging AOW-leeftijd

Temporisering van de stijging van de AOW-leeftijd. Als gevolg hiervan zal de AOW-leeftijd minder hard stijgen en komt deze pas in 2024 op 67 jaar uit. In het blog Blogreeks pensioenakkoord: temporisering van de AOW-leeftijd gaat mijn collega Wiecher van