Selecteer een pagina

Mede als gevolg van de lage rentestand leken pensioenkortingen op korte termijn onvermijdelijk. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gunt pensioenfondsen nu langer de tijd om te voldoen aan de huidige gestelde financiële eisen. Hij heeft de Tweede Kamer daarover bij brief van 19 november jl. geïnformeerd. De minister stelt de volgende voorwaarden:

  1. De regeling geldt voor het komende jaar waarin het pensioenakkoord uitgewerkt wordt;
  2. Er is een ondergrens waarbij fondsen wel onvoorwaardelijk moeten korten; en
  3. Fondsen moeten verantwoorden waarom gebruik van de regeling evenwichtig is voor alle deelnemers.

Kort gezegd krijgen de fondsen een extra jaar de tijd om hun dekkingsgraden – de verhouding tussen het vermogen en de verplichting – te herstellen. Ook daarna is een verder uitstel van pensioenkortingen niet uitgesloten volgens de minister. Volgens de minister is rust en stabiliteit nodig om de komende periode met het pensioenakkoord aan de slag te gaan.

Als oorzaken van de (huidige) slechte financiële positie van pensioenfondsen worden genoemd:

  1. Het dalen van de rentes met lange looptijdens en het negatief worden van de nominale lange termijn rente; en
  2. De lage premiedekkingsgraad van pensioenfondsen.

De rente heeft invloed op de berekening van de verplichtingen van een pensioenfonds. Hoe lager de rente, hoe hoger de verplichtingen. Een lage rente, leidt zodoende tot een lage dekkingsgraad. De premiedekkingsgraad geeft aan in hoeverre een pensioenaanspraak kostendekkend wordt ingekocht. De premiedekkingsgraad ligt voor veel pensioenfondsen ver onder de 100%. Dit betekent dat nieuwe pensioenopbouw de financiële positie van het fonds (verder) verslechtert. Door deze twee oorzaken is de financiële positie van veel fondsen de afgelopen jaren niet hersteld. Het onverkort toepassen van de bestaande regels zou derhalve tot kortingen in 2020 leiden. Onder het nieuwe pensioencontract hoeven geen grote buffers te worden opgebouwd door pensioenfonds, waardoor minder snel gekort hoeft te worden. Volgens de minister is hierin de rechtvaardiging gelegen om te besluiten tot uitstel van kortingen.

Bronnen:

  • Kamerbrief over Handelingsperspectief voorkomen onnodige pensioenkortingen, 19 november 2019.