Selecteer een pagina

Wat gaat er veranderen in het nieuwe pensioenakkoord?

Hieronder treft u een overzicht van de belangrijkste afspraken uit het principeakkoord. Van belang is om op te merken dat een groot deel van de veranderingen in het nieuwe pensioenakkoord de komende periode nog nader uitgewerkt dienen te worden.

Aanpassingen eerste pijler pensioen – minder snelle stijging AOW-leeftijd

De pensioenleeftijd wordt de aankomende twee jaar bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Vervolgens stijgt deze naar 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024. Na 2024 wordt AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Voor ieder jaar dat de levensverwachting één jaar stijgt, wordt de pensioenleeftijd met acht maanden verhoogd.

Vanaf 2021 kunnen werkgevers en werknemers gedurende vijf jaar afspreken dat een werknemer drie jaar voor de AOW-leeftijd stopt met werken. Gedurende die drie jaar ontvangt de werknemer een jaarlijkse uitkering van € 19.000. Gaat de uitkering dit bedrag te boven, dan is de werkgever over dit overstijgende deel de gebruikelijke RVU-heffing verschuldigd. Gaat de uitkering minder dan drie jaar voor de AOW-leeftijd in, dan wordt het heffingsvrije bedrag naar rato aangepast.

Aanpassingen tweede pijler pensioen – Nieuw pensioencontract en afschaffing doorsneesystematiek

De pensioenen worden individueler. Een van de veranderingen in het nieuwe pensioenakkoord die dit veroorzaakt is de afschaffing van de doorsneesystematiek. In deze systematiek is de pensioenpremie en de pensioenopbouw voor iedere deelnemer gelijk, ongeacht diens leeftijd. In het nieuwe systeem bouwen jongere deelnemers voor iedere euro die ze inleggen meer pensioenrechten op dan oudere deelnemers. Een andere belangrijke maatregel is dat de fiscale kaders voor alle pensioenregelingen gelijk worden getrokken. In het nieuwe pensioenstelsel worden alle pensioencontracten fiscaal begrensd op een maximale premie.

Daarnaast is afgesproken dat er een nieuw soort pensioencontract komt. Dat wordt een premieregeling (werkgever zegt de werknemer de inleg van een bepaalde premie toe), waarin zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase sprake is van risicodeling. Er hoeven geen buffers te worden aangehouden. Gaat het financieel goed, dan wordt het pensioen verhoogd. Gaat het financieel slecht, dan wordt het pensioen verlaagd.

Verder kan (ook door bedrijfstakpensioenfondsen) worden gekozen voor de verbeterde premieregeling.  Op grond daarvan bouwt de werknemer tijdens het werkzame leven een persoonlijk (individueel) pensioenvermogen opgebouwd en worden in de uitkeringsfase de risico’s collectief gedeeld. 

Verlofsparen

Sociale partners hebben verzocht om extra fiscale ruimte om in cao’s afspraken te kunnen maken over het inzetten van bovenwettelijk verlof, mede om vervroegd uittreden mogelijk te maken. Op dit moment kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd verlof opsparen. Het kabinet gaat deze grens verhogen naar 100 weken. Dit geeft werknemers meer mogelijkheden om eerder te stoppen met werken. Sociale partners kunnen aan de cao-tafel afspraken maken om bij overwerk of ploegendiensten (deels) beloning via extra verlofopbouw te laten plaatsvinden.

Daarnaast onderzoekt de stuurgroep van vertegenwoordigers van sociale partners en het kabinet hoe toeslagen (zoals voor bijvoorbeeld onregelmatigheid, overwerk en inconvenienten) omgezet kunnen worden in individuele vrijwillige pensioenopbouw. Deze moet werknemers in staat stellen om  eerder te stoppen met werken.

Duurzame inzetbaarheid

Onderdeel van de pensioenplannen is dat het kabinet werkgevers en werknemers meer gaat ondersteunen bij het vormgeven van duurzaam inzetbaarheidsbeleid. Doel is om alle partijen te bewegen tijdig te investeren in duurzame inzetbaarheid: gezondheid, up to date vaardigheden en vakmanschap en de organisatie van het werk.

Veranderingen nieuw pensioenstelsel voor zelfstandigen

Er komt vooralsnog geen verplichte pensioenregeling voor zzp’ers. Wel gaat het kabinet bezien hoe zelfstandigen vrijwillig kunnen aansluiten bij de pensioenregeling in de sector of de onderneming waar zij werkzaam zijn. De SER heeft sociale partners verder geadviseerd om gezamenlijk met zelfstandigenorganisaties in sectoren te onderzoeken hoe zij mogelijkheden zoals auto enrollment, variabele inleg en/of een verplichtstelling kunnen realiseren. Belangrijk is dat er draagvlak bestaat bij de zelfstandigen voor veranderingen  in een nieuw pensioenstelsel voor zelfstandigen.

Een andere belangrijke maatregel die is afgekondigd – maar die op zichzelf losstaat van de aanpassing van het pensioenstelsel – is dat zelfstandigen verplicht worden zich te verzekeren tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Het kabinet heeft sociale partners gevraagd hiervoor een voorstel uit te werken dat betaalbaar en voor iedereen toegankelijk is.

Kleinere kans dat pensioenen gekort moeten worden

In afwachting van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is het kabinet voornemens de regels omtrent het korten van pensioenen te versoepelen. De kans dat fondsen op korte termijn in hun pensioenen moeten gaan snijden is hiermee verkleind.

Planning

De afspraken over de (langzamere verhoging van de) AOW-leeftijd gaan per 1 januari 2020 al in. Het nieuwe pensioenstelsel moet twee jaar later, per 1 januari 2022, ingaan.